bell notificationshomepageloginedit profileclubsdmBox

Read Ebook: Voetbal-Sport: over haar voor- en nadeelen eenige harer strijdvragen en haar rationeele beoefening by Samson Jac

More about this book

Font size:

Background color:

Text color:

Add to tbrJar First Page Next Page Prev Page

Ebook has 127 lines and 21392 words, and 3 pages

Licht-, Lucht- en Zonnebaden bij J. F. van de Ven, Baarn.

Hierover wordt later bij de strijdvragen gesproken.

Maar zij deelen ook in ruime mate versche zuurstof toe aan het bloed, dat vooral daarmee, het geheele lichaam van nieuw leven vervult en de schadelijke afgewerkte stoffen afvoert en uitscheidt door huid, longen en nieren.

Zie hiervoor bijv. >>De Hygi?ne van het zenuwleven<<, door Prof. Dr. A. Forel, in de serie der geneeskundige leekeboekjes.

Een overtuigender bewijs van zijn eigen onbevoegdheid tot eenig oordeel in dezen, had Prof. Koster nauwelijks kunnen geven. Gelukkig dat er nog vele andere menschen van jaren zijn, die zich een beter oordeel over het voetbal hebben gevormd.

Prof. H. Ragdt >>Volks- und Jugendspiele<<.

Zie hiervoor: J. Buskop >>Iets over de techniek van het voetbalspel<<.

Ik zet hier liever: individualisme, dan ego?sme, daar een fijn uitgewerkt ego?sme evengoed als altru?sme moet worden beschouwd. Hier dient echter onderscheid gemaakt te worden tusschen ego?sme, in zijn werkelijke beteekenis, als liefde tot zich zelf, en de vaak gehuldigde opvatting van ego?sme, als zou dit een verzameling zijn van alle mogelijke slechte eigenschappen. Zie hierbij bijv. Haeckel: >>Weltr?thsel<<, of Carneri: >>Grundlegung der Ethik<<.

Zoo bijv.: als bij een aanval eener voorhoede op het vijandelijk doel, een bepaald voorhoedespeler, laten we zeggen de links-binnen, den bal heeft en waarschijnlijk een doelpunt kan maken, terwijl toch de middenvoor beter in staat is of er beter voor staat om te schieten, dan moet de links-binnen den bal, zoo dit mogelijk is, overgeven aan den middenvoor en afstand doen van de eer, een doelpunt te hebben gemaakt.

De opvoeding van den wil door de spelen, wordt vrij uitvoerig behandeld in het werkje van W. van Daatselaar: >>De opvoedkundige waarde van het spel<<.

Zoo heeft menigeen in de voetbalsamenleving zijn oneerlijkheid, zelfzucht, verwaandheid of andere slechte eigenschappen afgelegd. Het mes snijdt dus aan twee kanten. Aan den eenen kant kweekt het voetbal de goede eigenschappen aan, aan den anderen kant breekt het de slechte af.

De voetballers vormen een maatschappij in het klein, een jeugdmaatschappij, waar vroolijkheid en ongedwongenheid heerscht en aan deze jeugdmaatschappij zal in de toekomst, naar we gelooven, niemand de karaktervormende kracht meer kunnen ontzeggen.

Nadeelen.

De ouders zien de nadeelige gevolgen ervan en wijten die aan het voetbal zelf, terwijl ook de leeraren vaak het voetbalspel als zoodanig er de schuld van geven. Vele ouders verbieden dan hun kinderen het spel, terwijl ook op meerdere andere wijzen het spel er onder lijdt. Toch wordt door velen bij het onderwijs reeds uitsluitend de overdrijving als oorzaak der nadeelen erkend. Zoo wil ik hier een schrijven aanhalen van den Rector van het gemeentelijk gymnasium en den directeur der gemeentelijke H. B. S. te Nijmegen, gericht tot de ouders der leerlingen.

Met dit schrijven werd door het college van curatoren en de commissie van toezicht op het middelbaar onderwijs volkomen instemming betuigd. De inhoud was als volgt:

>>Voor een goeden gang der studi?n is het noodig, dat het werken geregeld worde afgewisseld door gepaste en gezonde uitspanning en wij zijn dus geheel overtuigd, dat met mate beoefende sport, en voor den leeftijd onzer leerlingen geschikte vermaken, noodzakelijk zijn. De boog mag niet steeds gespannen wezen. In de laatste jaren hebben echter bij velen, vermaken in sport zulk een plaats ingenomen en zoodanig karakter gekregen, dat de hoofdzaak, de studie er ernstig door geschaad werd. Bals tot in den nacht, meermalen zelfs tot diep in den nacht; ook verzuim der lessen den volgenden morgen, om acht uur of half negen begonnen, kwamen hoe langer hoe meer voor. >>De wedstrijd<< ontwikkelde zich in onrustbarende mate en hen die elders de eersten waren, zagen wij in de studie maar al te vaak achteruitgaan. We achten het hoog tijd, dat ernstig op het gevaar gewezen worde. Vermindering van belangstelling in het werk, daling van arbeidskracht, waren onmiddellijke nadeelen; daarop volgden vroegrijpheid en soms geblaseerdheid. Studie en karakter leden beide. Ook elders heeft men het euvel geconstateerd en er tegen gewaarschuwd. In onze stad is eveneens maar al te zeer reden om aan te dringen op beperking. Wij, die dagelijks in de gelegenheid zijn, de nadeelige gevolgen te constateeren, verzoeken u daarom dringend, krachtig mede te willen werken, opdat het kwaad hoe eerder hoe liever gestuit worde.<<

Gelukkig schijnt het nu niet bij deze klachten en waarschuwingen, die tot nu toe niets vermochten uit te richten, te blijven, getuige het initiatief van de school-voetbal-commissie van den Nederlandschen voetbalbond, die onlangs de heeren Dr. A. H. Kan, rector van het gymnasium te Middelburg en M. Horn, directeur van de H. B. S. te Schiedam verzocht, respectievelijk op de eerstkomende vergadering van de vereeniging van leeraren aan de Nederlandsche gymnasia en van de vereeniging van directeuren van Hoogere-Burgerscholen, het onderwerp: >>School en Voetbal<< in te leiden teneinde de omvang van de overdrijving te kunnen bepalen en de middelen tot bestrijding te bespreken.

Zien de leeraren en ouders dan niet, dat niet alleen bij voetbal, de gezondheid en andere belangen vaak worden veronachtzaamd, maar dat deze ook veelal worden genegeerd bij het studeeren, dat door de meeste scholieren zeer onoordeelkundig wordt gedaan, bij de voeding, en massa's andere verrichtingen van oudere menschen even goed als van leerlingen? Zien de leeraren dan niet, dat men, door weglaten op het leerprogramma van een paar vakken als gezondheidsleer en psychologie, een kapitaal aan volkskracht en levensenergie weigert aan te nemen? Er is nog veel te zeggen over deze zaken die ik als hoofdoorzaak voor overdrijving bij voetbal aanmerk, maar dat zou ons te ver voeren.

Vele scholieren zitten bijv. puur uit onwetendheid 's avonds uren achtereen te leeren, zonder oordeelkundige en tijdige verpoozing, waartoe buiten 's menschen naam, physiologische overweging ons als het ware, dwingt.

B. ten Have: Lichaamsontwikkeling in verband met geestelijke werkkracht en over de voor- en nadeelen van gymnastiek en sport voor alle leeftijden.

Bij mijzelf, en ook bij anderen, heb ik wel waargenomen, dat wedstrijd-spelen meer vermoeide dan gewone oefeningen, hoewel toch op bedoelde wedstrijden niet meer arbeid werd gepresteerd dan op de oefeningen. De zenuwspanning schijnt hierbij wel een rol te spelen. Bij den ??n zal ze meer, bij den ander, minder werkzaam zijn, afhankelijk van den individueelen aanleg. Maar ook andere invloeden doen zich bij de wedstrijden gelden. Zoo hangt dikwijls van ??n wedstrijd een kampioenschap af. De spelers willen dan meer presteeren. Hun capaciteiten blijven dezelfde en de meerdere prestatie wordt dan geforceerd ten koste van het lichaam dat meer moet geven dan het normaal kan, in een oververmoeiden toestand wordt gebracht en langen tijd noodig heeft om zich te herstellen.

Een andere invloed, meestal ten kwade, is die, door het publiek op de spelers uitgeoefend. Voetbal moet zijn ontspanning, mag ook soms inspanning zijn, maar moet nooit een zenuwopwindend afbeulen worden. En hiertoe geeft het publiek door haar luide aanmoedigingskreten, die soms in schreeuwen, bellen en fluiten ontaarden, meermalen aanleiding.

De gevolgen hoopen zich steeds op en sleepen nog andere na zich. Zoo ontstaan als indirecte gevolgen, de feiten, waarop gewezen wordt in het schrijven op blz. 19 aangehaald. De jongelui voelen zich na afloop van den wedstrijd slap en moe, ontvluchten 's avonds hun thuis, waar ze natuurlijk meeningen omtrent hun >>Voetbal<< vinden, die door hun gedrag in sport veroorzaakt, geheel in strijd met de hunne zijn. Zij zoeken dan veelal hun troost bij elkaar in een of ander caf?, onder grootdoenerij.

Ook de andere organen moeten zooals vanzelf spreekt op den duur verzwakken, daar alle organen met elkaar in verband staan en van elkaar afhankelijk zijn.

Naast de aanmerkingen hierover wordt ook wel geklaagd, dat voetbal te veel de gedachten der beoefenaars in beslag neemt, zoodat deze van de studie worden afgeleid. Maar het kan toch in geen geval aan het voetbal verweten worden, dat het zoo'n groote belangstelling bij de beoefenaars verwekt. Het is trouwens best te begrijpen, dat jonge levenslustige menschen liever aan iets anders denken dan aan de studie, waar zij dagelijks volop over te hooren krijgen. Dat het juist het voetbal is, waarover vele leerlingen zoo vaak spreken, meen ik te moeten toeschrijven aan de weinige algemeene ontwikkeling en liefhebberijen die zij er op nahouden. Geef zulke leerlingen voor hen interessante en leerrijke stof ter overdenking en moedig hun liefhebberijen aan, m. a. w. breidt hun gedachtenkring uit naar andere zaken die zij mooi vinden, die in staat zijn hun belangstelling gaande te maken en het resultaat zal meestal spoedig kunnen worden waargenomen. Ik zeg: meestal, want er zijn ook individuen waarbij niets te bereiken valt, die als het ware verkeerd willen en deze bestonden vroeger, v??r het voetbal werd ingevoerd, even goed als nu. Voor zulke typen is het misschien zelfs een geluk, dat het voetbal er is om hen bezig te houden. Bestond er geen voetbal, dan zouden zulke pati?nten naar mijn meening met evenveel ijver, andere, wellicht heel wat minder nuttige zaken die hen genoegen brachten najagen. Bovendien geloof ik dat inplaats van zich over het sportenthusiasme te verontrusten, men eerder redenen heeft zich er over te verheugen. Dit idee komt sterk uit in eenige alinea's van de kanselrede uitgesproken door Ds. Beijerman in de Remonstrantsche kerk te 's-Gravenhage op 27 Juni 1909. Ik zal ze U hier weergeven.

De tegenwoordige opvoeding bepaalt zich nl. veelal tot afbrekende kritiek, het verbieden, terwijl opbouwende hulp zelden geleverd wordt of geleverd kan worden.

Onder dit enthusiasme wordt niet bedoeld, de ziekelijke belangstelling voor uitslagen van wedstrijden die sommigen beheerscht.

-->>Spreken wij over menschen die met vuur opkomen voor de dingen waarvan ze vervuld zijn, dan denken we voor alles aan onze jonge mannen als zij het hebben over hun lichaamsoefeningen. Zij zijn vol van de wedstrijden die ze onder elkaar organiseeren, hebben een vurige vereering voor hun clubs en hun kampioenschappen en ijveren vol bezieling voor de sport die ze beoefenen. O, we zijn er niet blind voor, dat hun studie en hun werk soms lijden kunnen onder dat groote sportenthusiasme en we zouden niet gaarne verzuimen hen er aan te herinneren, dat er grooter en hooger dingen in de wereld zijn, maar toch, laten we er dankbaar voor zijn en het toejuichen dat onze jongelingschap idealen kent, dat onze jonge mannen in vuur kunnen komen voor een zaak die zij goed achten, dat daar in hun hart nog plaats is voor gloed en geestdrift.<<--

We hebben nu in voorgaande bladzijden gezien, hoe voetbal bij goede beoefening ons als een bewonderenswaardig nuttig spel ten dienste staat. Maar we hebben ook gezien welke slechte gevolgen de overdrijving na zich sleept. Waar nu is de grens tusschen goed en kwaad? Hoe moet men de juiste maat vinden bij de beoefening? Het >>ken u zelven<< moet ieder hier toepassen, zegt Ten Have terecht. Ieder moet zijn eigen krachten leeren kennen en in verband met zijn noodzakelijke kennis van de gezondheidsleer, daaruit besluiten hoever hij gaan kan.

B. ten Have: >>Lichaamsontwikkeling in verband met geestelijke werkkracht.<<

In het vragenlijstje, gericht tot de hoogleeraren, genoemd op blz. 13, was de 6de vraag:

>>Acht u het voetbalspel bijzonder gevaarlijk of gevaarlijker dan andere sporten?<< 2 hoogleeraren antwoordden: ja, 3 vonden het wel min of meer gevaarlijk en de rest antwoordde niet. De zevende vraag luidde: >>Heeft uwe praktijk u het bewijs geleverd dat het voetbalspel gevaarlijk is? Zijn u ernstige ongevallen bekend?<< De meeste hoogleeraren antwoordden weer niet, ??n antwoordde bevestigend, twee: ontkennend, ??n zei: nu en dan en ook een: slechts enkele. Zelf heb ik in de 13 jaar die ik voetbal slechts enkele blessures opgeloopen, waarvan geen enkele mij heeft gehinderd mijn studies of anderszins waar te nemen. Meestal zijn de ongevallen toe te schrijven aan te onbesuisd of te hartstochtelijk spel. Gelukkig dat het spelreglement hiertegen zooveel mogelijk waakt, doordat het den scheidsrechter de opdracht geeft, om met vastgestelde straffen voor verschillende overtredingen tusschenbeide te komen.

C. J. Groothoff: >>De Voetbalscheidsrechter<< bij van de Ven, Baarn.

EENIGE STRIJDVRAGEN.

Toegeven moet ik, dat de beenspieren bij voetbal wel het meeste werk verrichten, maar ik voeg er bij, dat in het dagelijksch leven ook aan de beenspieren meestal hoogere eischen worden gesteld dan aan de andere spieren van het lichaam. Bovendien zijn het, zooals ieder die genoegzaam met voetbal bekend is, weet, niet alleen de beenspieren die door voetbal geoefend worden, maar ook in ruime mate buik-, rug- en borstspieren.

Als nadeel van het voetbal kan het feit dat de beenspieren het meeste werk verrichten, echter nooit aangemerkt worden. Het is immers ook geen nadeel van schaatsenrijden of wandelen dat zij, de beenen, het leeuwenaandeel in hun verrichtingen geven.

Trouwens heb ik ook niet opgemerkt dat de beenen, zooals Prof. Koster zegt, als regel buiten verhouding tot het lichaam ontwikkeld worden door het spel. Ik kan dan ook niet gelooven dat Prof. Koster deze meening, die hij het voetbal als een verwijt toewerpt, aan de praktijk heeft ontleend, of het moest zijn, dat de meerdere ontwikkeling der beenspieren ongeveer alleen door medici op te merken is.

In dit geval kan zulks echter onmogelijk zoo schadelijk zijn als Prof. Koster door zijn opmerking het laat voorkomen.

>>De Hygi?ne van het zenuwleven<<, door Prof. Dr. A. Forel.

Maar de zaak mag niet overdreven worden. Dat een Nederlandsch elftal, hetwelk tegen andere vertegenwoordigende elftallen moet spelen, op zulk een wijze door een zaakkundigen oefenmeester getraind wordt, acht ik goed, maar de algemeene toepassing van het begrip, acht ik in het belang van het voetbal en zijn beoefenaars niet wenschelijk. Het voetbal wordt er m. i. te veel >>doel<< door en ook als ontspanning verliest het spel veel van zijn waarde. Evenwel kan en moet men verbetering der spelkwaliteit blijven nastreven, hetgeen ook zonder oefenmeester zeer goed mogelijk is. Stilstand staat hier gelijk met achteruitgang en vermindert het genoegen en de belangstelling der spelers in hun spel. Maar ook uit een ander oogpunt is verbetering der spelkwaliteit aanbevelenswaardig. Het spel zal er niet alleen van hooger waarde door worden, maar men zal zich ook minder behoeven in te spannen. 't Spel zal vlugger en tegelijk kalmer en gemakkelijker gespeeld worden. Hiervan geven de Engelschen wel duidelijke bewijzen, als zij in een internationalen wedstrijd tegen de Hollanders spelen. Men ziet de laatsten zich tot het uiterste inspannen zonder merkbaar resultaat, terwijl de eersten genoegelijk, kalm berekenend, spelen en resultaten bereiken die genoegzaam bekend zijn. Het is echter niet alleen de tactiek die het spel vergemakkelijkt en verheft, maar waarschijnlijk nog meer de lichamelijke training. Evenals de tactische speler om iets te bereiken, minder werk zal behoeven te doen dan een ontactisch speler, zal een getraind speler, een veel lichter en zekerder spel spelen dan een, die ongetraind is. Hij zal een bal kunnen onderscheppen, die hem anders voorbijgaat en hem nog veel moeite kan geven, of wel hij zal een tegenstander vlug voorbijloopen, hetgeen hem zonder training niet zou zijn gelukt.

Onder: >>getraind<< hier te verstaan: >>lichamelijk goed onderlegd<<.

Het is merkwaardig hoe de buitenlandsche voetballers meestal hooger staan wat athletiek betreft. Zoo hebben de Hollanders, ofschoon in tactiek en techniek de meerderen, al menigen wedstrijd aan de Belgen verloren door hun weinige beoefening der athletiek. In snelheid en taaiheid worden de Hollanders meestal overtroffen door de Belgen, hetgeen, als ze wat meer trainden en aan athletiek deden, niet het geval zou zijn.

Niet alleen de dagelijksche lichaamsoefening en de athletiek om nuttig voetbal mogelijk te maken, maar deze toegepast om der wille van henzelf, om der wille van onze gezondheid en ons geheele leven! Is het dan geen genot te zien hoe door een systematische oefening ons lichaam aan kracht, schoonheid en doelmatigheid wint?

Is het dan geen genot, te voelen hoe een bron van kracht en energie ons lichaam meer en meer doortintelt, hoe de wil sterker en sterker wordt en we ons tot meer in staat voelen dan ooit te voren?

Ge moet Toepoel hier eens over hooren. Bewonderen zult ge de kracht en het enthusiasme waarmee hij over de lichaamsoefeningen spreekt, en nog meer bewondering zult ge koesteren voor de lichaamsoefeningen zelf die hem zoo'n kracht en enthusiasme bijbrachten. Ge zult, zoo ge ze niet reeds tot uw eigendom gemaakt hebt, zelf de dagelijksche lichaamsoefeningen ter hand nemen, eerst wijfelend en bij tusschenpoozen, later zekerder en geregeld. En het slot der zaak zal zijn dat gij zelf ook krachtig en enthusiast zult meewerken de practijk der lichaamsoefeningen te verbreiden, om aldus den grondslag te helpen leggen tot een beter, gezonder en gelukkiger menschdom.

Toepoel. >>Hoe versterk ik mijn lichaam?<< bij van de Ven, Baarn.

Zie bij dit onderwerp bijv. C. L. Torley Duwel: >>Plane Vir! Wat de jeugd van hare leiders verwachten mag<<.

En dan, gij voetballer, die zoozeer overtuigd zijt van het noodzakelijke van flinke lichaamsbeweging, wat zult ge doen, als ge uw practisch voetbal om de een of andere reden moet vaarwel zeggen? Zult ge dan in uw verdere leven bij uw hoofdwerk op kantoor of anderszins het gemis daaraan niet voelen? Zult ge dan toonen, dat uw stem voor lichaamsbeweging slechts een holle klank was? Neen, dat zult ge niet, want ofschoon uw voetbal tot het verleden behoort, hebt ge immers nog altijd tot uw beschikking zijn begeleidende oefeningen, die u steeds uw jeugd meer of minder zullen doen bijblijven, zoowel wat herinnering als wat werkelijkheid betreft. In het kort wil ik hier nu nog aangeven, wat met dagelijksche lichaamsoefeningen en athletiek wordt bedoeld.

De eersten zijn de oefeningen, die men beschreven en besproken kan vinden in het werk. Zij hebben ten doel, het lichaam harmonisch te ontwikkelen, het gezond, mooi en krachtig te maken, en voor voetbal speciaal: het lichaam in een staat te brengen en te houden, die het mogelijk maakt, dat dit spel tot voordeel voor de gezondheid beoefend kan worden. Zij worden iederen dag op de slaapkamer al of niet ontkleed voor een spiegel staande, uitgevoerd en mogen in geen geval aanleiding geven tot moeheid. De athletiek behoort voort te bouwen op de dagelijksche lichaamsoefening en voltooit de bovenvermelde taak daarvan ten opzichte van voetbal. Zij heeft in het algemeen ten doel: het ontwikkelen van groote spierkracht en het trainen voor wedstrijden, 't geen voornamelijk bestaat in het vergrooten van het volhardingsvermogen. Hieruit volgt dat zij wel tot eenige vermoeidheid aanleiding mag geven. Haar beoefening in verband met voetbal bestaat voornamelijk in hardloop- en springoefeningen. De Nederlandsche voetbalbond tracht door het uitloven van medailles voor wedstrijden hardloopen, korte afstand, en het instellen van een jaarlijksch kampioenschap athletiek voor voetballers, de athletiek er bij de voetballers zooveel mogelijk in te brengen. Reeds zien ook verscheidene clubs, plaatselijke en gewestelijke bonden, het nut der athletiek in, waarvan zij doen blijken, door zich aan te sluiten bij de Nederlandsche athletiek-Unie.

Bijv. Toepoel: >>Hoe versterk ik mijn lichaam?<< Handleiding voor Physical Culture. Prijs 60 cent bij den uitgever van de Ven, Baarn.

Zie hierbij: >>Voetbal en Athletiek<< door W. Mulier.

Add to tbrJar First Page Next Page Prev Page

 

Back to top