bell notificationshomepageloginedit profileclubsdmBox

Read Ebook: De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. Ulehake contra het plan C. Lely by Ulehake J

More about this book

Font size:

Background color:

Text color:

Add to tbrJar First Page Next Page

Ebook has 69 lines and 10467 words, and 2 pages

DE DROOGLEGGING DER ZUIDERZEE

HET PLAN J. ULEHAKE CONTRA HET PLAN C. LELY

UITGEGEVEN VOOR REKENING VAN DEN SCHRIJVER

W. J. THIEME & CIE--ZUTPHEN

De drooglegging der Zuiderzee.

Ten einde duidelijk het verschil te doen uitkomen tusschen het sinds jaren bestaande plan Lely en het jongste plan tot drooglegging der Zuiderzee, het plan Ulehake, worden beide plans vergelijkender wijze hier in hoofdzaken naast elkaar gezet en behandeld.

Het ontstaan der beide plans.

Daar het plan Lely als het regeeringsplan op den voorgrond geplaatst is en o.a. meermalen door Mr. H. Smeenge uiteengezet is,--daar het bovendien behandeld is in de vrij algemeen bekende >>acht nota's", is het niet noodig, in dit kleine opstel een geschiedkundig overzicht daarvan te geven. Alleen zij opgemerkt, dat men het plan Lely kan noemen >>het kunstmatig plan tot drooglegging der Zuiderzee", in tegenstelling met het plan Ulehake, dat aanspraak maakt op den naam >>het natuurlijk plan".

Dit plan bestaat ongeveer een jaar of negen en is door den ontwerper aan H. M. de Koningin aangeboden. Dat het nog niet meer algemeen bekend is, ligt vooral aan de maatschappelijke positie van den ontwerper, die als onderwijzer niet een man van gezag is en niet kan beschikken over kapitaal en krachten; de heer Lely kon dat wel.

Toen bleek, dat volgens het plan Lely 1 H.A. grond in de Wieringermeer ongeveer f 1700 zou kosten aan drooglegging, , gaf dit den ontwerper van 't nieuwe plan aanleiding tot het opvatten van eene belangrijke, maar moeielijke studie en trachtte hij deze vraag te beantwoorden:

Waardoor komt het, dat 1 H.A. grond in de Wieringermeer, nog slik zijnde, reeds f 1700 zal moeten opbrengen, zullen de te maken kosten eenigszins gedekt worden door de waarde van den droog te leggen grond?

Ziedaar den oorsprong van het plan Ulehake.

Op bovengenoemde vraag kan slechts dit antwoord gegeven worden: >>De te maken kosten moeten groot zijn en de droog te leggen grond moet in verhouding daarmee klein wezen".

Bij 't beschouwen van de kaart, waarop 't plan Lely staat, valt het inderdaad dan ook op, dat het zoogenaamde IJselmeer groot is in verhouding tot de totale oppervlakte der vier polders, die 211830 H.A. bedraagt. Daar het IJselmeer 150000 H.A. groot is, blijkt, dat de oppervlakte der Zuiderzee, door den afsluitdijk pl. Lely afgesloten, voor ruim 2/5 deel, dus voor bijna de helft, water blijft. Een grootsch werk wordt er slechts ten halve door uitgevoerd.

Toch zal de tegenwoordige Minister van Waterstaat wel terdege redenen gehad hebben, om een IJselmeer van dien omvang te doen blijven bestaan. Onderwerpen uit de acht nota's als: De invloed der afsluiting op de waterkeering der provinci?n langs de Zuiderzee,--de invloed der afsluiting op de waterloozing,--op de waterverversching enz., dienen ongetwijfeld om mede aan te toonen, dat het IJselmeer wel van reusachtige afmetingen moet zijn; bovendien moet het in staat zijn, gedurende langeren of korteren tijd het water te bergen, dat door den IJsel wordt aangevoerd; het moet ook het overtollige water uit het stroomgebied van 't Zwarte Water en van een groot deel van Friesland, Utrecht en Noord-Holland kunnen bevatten; immers juist het afgesloten deel der Zuiderzee ontvangt al dat water.

Als van zelf dringt zich de vraag op:

Waarom wil de ontwerper Lely den afsluitdijk juist over Wieringen naar Piaam gelegd hebben?

Het kiezen van de plaats voor den afsluitdijk beheerscht het geheele plan tot drooglegging.

Waarom verbond hij niet de Waddeneilanden onderling en met den vasten wal, zelfs met insluiting van de Lauwerszee?

Antwoord a. Volgens den heer Lely zouden te groote technische bezwaren verbonden zijn aan het afsluiten der zeegaten bij de Waddeneilanden.

b. De zeebodem ten N. van de lijn Wieringen-Piaam was over het geheel te waardeloos, om met groote kosten ook het noordelijk bekken en de Wadden droog te leggen.

Niemand kan meer redenen opgeven.

Nu rustte op den heer U. de taak, genoemde bezwaren weg te nemen of te verminderen, omdat hij de Waddeneilanden w?l met het vasteland verbinden wilde.

Als men oppervlakkig de kaartjes met de doorsneden der zeegaten bekijkt, zooals die in eene der nota's voorkomen, dan schrikt men van de reusachtige diepte der zeegaten. Ze zijn daar n.l. op zeer groote schaal geteekend, om de vormen nauwkeurig te kunnen aangeven; die kaartjes geven dus volstrekt niet de verhouding aan b.v. tusschen den afstand Den Helder-Tessel en de diepte van de Helsdeur. Maakt men een houten model van den te leggen afsluitdijk aldaar, dan zou bij eene lengte van 6 M., de dam in het diepste deel van 't zeegat niet meer dan 4 c.M. bedragen. . Hoewel de kortste weg vaak de beste is, vindt men in 't plan U. de parti?ele afsluitdijken convex naar buiten aangegeven. Hij ontwierp ze zoo, om de werkelijk technische, dus niet alleen de financi?ele, bezwaren terug te brengen tot kleiner proporti?n.

De diepe zeegaten, met hunne snelle stroomingen bij de wisseling van ebbe tot vloed en omgekeerd, splitsen zich buitengaats in drie geulen, gescheiden door zandbanken. Zoo splitst de Helsdeur zich als volgt: de kust van Noord-Holland--Schulpegat--de zandbanken Botterruggen en Bollen--het Westgat--de Keizersbult of Pannekoek en de Razende Bol--het Molen- of Noordwestgat--Onrust en Tessel.

Natuurlijk zal in elk dezer zeegaten de strooming veel minder sterk zijn dan in de Helsdeur. Verder is de diepte zeewaarts in veel geringer, terwijl ten slotte de aan te leggen parti?ele dijken sterk zullen zijn; niet alleen, omdat ze buitenwaarts gebogen zijn, maar vooral, omdat zij op hunne beurt van afstand tot afstand steun vinden op de zandbanken, zooals het geheele complex steun vindt in de Waddeneilanden.--Het plan U. mag >>een natuurlijk plan" heeten, omdat het van de bestaande zandbanken en eilanden profiteert, maar bovenal, omdat het de >>natuurlijke" grens tusschen land en water weer herstelt. Met recht beweert de heer U., dat de Zuiderzee niet meer ontstaan zou, als ze er niet was; als goed Nederlander hoopt hij op de zee te heroveren, wat deze destijds als oppermachtige nam.

Bij 't plan U. zal in het Vlie een stel schutsluizen gelegd worden; het in te stellen onderzoek zal moeten uitmaken, waar de geschiktste plaats daarvoor is met het oog op verzanding. Overigens worden er b.v. totaal een veertigtal afvoersluizen gelegd, ongelijk in aantal verdeeld over de verschillende afsluitdijken, doch overal gelegd v??r de diepe geulen.

Tijdens en bij 't kenteren van den vloed voor den afsluitdijk pl. L. loopt het zuidoostelijk deel van Tessel, zijnde het vruchtbare deel, steeds groot gevaar van verzwolgen te worden. Thans heeft men reeds moeite genoeg om dit te voorkomen, en voor de bevolking van dit eiland in 't bijzonder zou het zeer gewenscht zijn, dat het plan U. de aandacht der Regeering trok.--Tijdens het leggen van den afsluitdijk pl. L. zullen technische moeilijkheden, als gedeeltelijke verzakking en het wegslaan van reeds gelegde gedeelten, volstrekt geen verrassingen zijn. Van verzakking kan bij den afsluitdijk van 't pl. U. geen sprake zijn wegens den vasten grondslag en den wig-vorm van die deelen van den dijk, die de diepe geulen stoppen.

De heer U. wil, na 't bovenstaande aangevoerd te hebben, gaarne aannemen, dat hij vele voorstanders van 't pl. L. nog niet aan zijne zijde heeft gebracht, hoewel zij kunnen weten, dat de afsluitdijk pl. L. over een totale lengte van 3000 M. moet gelegd worden door water van 6 tot 8 M. diepte en het Amsteldiep stellig wel 10 M. diep is; maar, we zijn thans ook zoo verre met onze beschouwingen gekomen, dat volgens den heer U. zijn plan in al het volgende schitterend zegeviert, en het plan Lely totaal verslagen wordt.

In hoeverre hij gerechtigd is, zulks te mogen beweren, blijke uit het volgende:

Het plan Ulehake geeft, wat eene drooglegging geven moet: #Land!!!#

De tijdsomstandigheden hebben het pl. L. doen verouderen, zoodat het thans te weinig geeft voor veel geld.

Het noordelijk bekken der Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerszee moeten eveneens drooggelegd worden! Met andere woorden: men zou dubbele kosten en dubbel werk moeten maken.

Zijn vernietigende uitspraak berust op deze twee axioma's:

>>De tijd, waarin men op Tessel stukken zandgrond weggaf, daar men er dan geen grondbelasting van behoefde op te brengen, is voorbij. Die gronden vertegenwoordigen aldaar thans eene handelswaarde van f 800 per H.A."

Men kan nu in de nabijheid van Glanerbrug niet meer eenige H.A.'s veld in bezit krijgen voor 't verstrekken van een maal pannekoeken voor ??n persoon, daar 1 H.A. ervan thans ver over de f 1000 waarde heeft.

De hooggelegen heidegrond in ons land, die eenigszins geschikt is voor ontginning en met den wagen bereikt kan worden, is thans ongeveer f 300 per H.A. waard. Die grond, niet zelden 10 ? 12 M. + A. P. gelegen, wordt na 't verrichten van zwaren arbeid met groote kosten nog productief gemaakt en winstgevend, en zou dan de zandgrond, thans nog sluimerend op den bodem der zee, niet gemakkelijk f 400 per H.A. waard zijn? De felle droogte zal daar de hoop des landmans waarschijnlijk nooit in rook doen vervliegen!

Toch stelt de heer U. de waarde van dien grond op slechts de helft, zijnde f 200 per H.A.

Van 't plan Lely is nooit beweerd en zal nooit beweerd worden, dat de waarde van den verkregen grond de te maken kosten zal kunnen dekken. Hoe zou dat staan met het plan Ulehake? Zou 't niet zeer voorzichtig en verstandig zijn, dit eens te onderzoeken, v??r men begint met de uitvoering van 't pl. Lely?

De heer U. noemde den IJsel en 't groote IJselmeer steeds >>een paar zware hypotheken" op 't pl. Lely.

Als de afsluitdijk van 't plan U. gereed is, kan men reeds dadelijk beschikken over 't zand van de Grind en meerdere zandbanken. Bij den val van 't water wijst moeder Natuur de diepe geulen aan, die als vaarwateren en afvoerkanalen zullen dienen, en door hare diepte daarvoor geschikt zullen blijven.

Welke menschen zullen zich dus op die hooger gelegen gronden vestigen?

Men zorge er bij tijds voor, dat Harlingen een flinken >>derden" waterweg krijge, want deze plaats, waar alle producten van een groot complex vruchtbaar land ter markt zullen gebracht worden, deze stad, voorzien van een achterland, waaraan elke handelsstad behoefte heeft, zal ongetwijfeld >>de Koningin van 't Noorden" worden.

Steeds uitgaande van de plekken gronds, die drooggelegd zijn, wordt in korten tijd juist aan diegenen, die het eerst geholpen moeten worden, eene betere gelegenheid geboden, om >>bij zuinig en oppassend zijn", inderdaad op den ouden dag gevrijwaard te blijven voor kommer en gebrek!

Weldra komen gemengde gronden bloot, die zoowel voor bouw- als voor weidegrond geschikt zijn.--Tenslotte komen de kleigronden bloot.

Nu behoeft niet meer een deel der jongelingsschap ons land te verlaten, om te trachten elders eigen boer op eene boerderij te worden. Nu behoeven zij, die weten, dat voor 't sluiten van een huwelijk meer noodig is dan zeven el katoen en een paar kussens, niet bevreesd voor stranding te zijn, als ze in 't huwelijksbootje stappen, want voor alle rangen en standen, voor rijk en arm, groot en klein, schipper en kruidenier, bestaat nu gelegenheid zich te vestigen, wetende, dat zij eene goede broodwinning kunnen verkrijgen en behouden.

De Regeering verpachte slechts geen woning of grond aan den dronkaard, maar 't liefst aan hem, wiens >>dege degelijkheid" bleek bij het totstand brengen van 't groote werk.

Betrekkelijk spoedig zal de gevestigde bevolking in den vorm van pacht en belasting de Regeering steunen op financi?el gebied en dit zal den beheerscher van 's lands schatkist een voorproef geven van wat wezen zal, als de twaalfde provincie van Nederland gemaakt is tot wat ze worden kan.

De heer U. beweert, dat zijn plan een zuiver nationaal karakter draagt in tegenstelling met 't plan Lely, dat volgens hem in hoofdzaak alleen ten goede komt aan de nakomelingen van den kleiboer.

Hij meende gerechtigd te zijn eenigszins critiek uit te oefenen op het plan Lely en bestudeerde het IJselmeer. Daar de heer U. wil trachten alle rivieren, uitloozende in de Zuiderzee, te kanaliseeren, ten einde den watertoevoer te beperken en te beheerschen, en bovendien een uitgebreid net van breede afvoerkanalen in de verschillende poldergebieden krijgt, hoopt hij, dat zijn IJselmeer slechts klein zal wezen, vergeleken bij dat in 't pl. Lely. Dit laatste toch zal zware, hooge polderdijken moeten hebben, waardoor de polderlasten niet gering kunnen blijven. Wegens zijn groote afmetingen zal het de vier polders volkomen van elkaar gescheiden houden; de polders zullen aanhangsels blijven van de aangrenzende provinci?n en door de scheepvaart slechts eenige verbinding verkrijgen, als het ijs die toelaat. Van een nieuwe provincie kan bij dit plan geen sprake zijn.

Als de wind uit het N.W. woedt, zal het rivierwater niet in 't meer, maar 't meerwater in de rivieren komen. De hoofdvorm van 't meer bevordert dit ongelukkig verschijnsel. Komt de wind uit het W., dan bestaat hiervoor eveneens gevaar en verdrinkt over eene groote breedte al het land van Zwolle tot Meppel. Ook Friesland, voorzooverre het water afvoert naar 't Z., zal bij dezen wind onmogelijk water kunnen loozen. Daar de Minister de uitmonding van 't Zwarte Water van Kraggenburg uit wenscht te verlengen tot ongeveer de zuidpunt van Schokland, , roept hij aldaar een toestand in 't leven, die veroorzaakt, dat het westelijk deel van Overijsel tot verre ten O. van Dalfsen van tijd tot tijd in een bare zee verandert, of de Noordoostelijke polder verdrinkt.

Add to tbrJar First Page Next Page

 

Back to top